Een openbaar arboretum: meer dan dertig soorten bomen

De karakteristieke Boergoensevliet ligt in Oud-Charlois, een Rotterdamse wijk ingeklemd tussen Waalhaven, Nieuwe Maas, Dorpsweg en Kromme Zandweg. Deze namen symboliseren de geschiedenis van de wijk. In de negentiende eeuw werd het dorp Charlois geannexeerd door de stad Rotterdam voor de uitbreiding van de haven. Het opgeslokte dorp van weleer heet nu Oud-Charlois. Het vormt het eeuwenoude deel van het veel grotere stadsdeel Charlois. In dit stadsdeel wonen meer dan 66.000 mensen en 100 nationaliteiten.

De Boergoensevliet is de enige singel in Oud-Charlois. Portiekflats, herenhuizen en villa’s uit de jaren dertig wisselen elkaar af. Het tijdloze karakter maakt van deze groene straat, doorkliefd door het water, een populaire wandel- en woonplek. De variatie aan bomen is groot en maakt van de Boergoensevliet een arboretum van stadsbomen. Er staan meer dan dertig verschillende soorten (stand 2010). Er wordt gewerkt aan een  update van deze gegevens omdat sommige bomen zijn gerooid en vervangen door nieuwe, soms andere soorten bomen.

Drieënzestig esdoorns (acer pseudoplatanus) staan er aan de Boergoensevliet, een boom die oorspronkelijk uit Midden Europa komt maar ingeburgerd is in Nederland.  Deze boom met goudgele herfstbladeren. De esdoorn wordt vaak geplant in straten, parken en plantsoenen, maar komt ook veel in de natuur voor.

Zilveren esdoorn (Acer saccharinum) heeft gladde, grijze takken en rode bladstelen. In de herfst kleuren de bladeren rood en geel. Er staat er één aan de Boergoensevliet.

Er zijn twee exemplaren van de Robinia (Robinia pseudoacacia), een boom met een gegroefde schors die oorspronkelijk uit de Verenigde Staten komt. Het lichtgroene bladerendak laat veel licht door. De boom draagt trossen crèmewitte bloemen in juni en kan tot vijfentwintig meter hoog groeien.

De dertig grote witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum baumanni) zien er monumentaal uit met hun brede kronen en veel zware en wijd uitstaande takken. De witte bloemen, die bloeien in mei en juni, hebben wel wat weg van witte kaarsen. Deze soort draagt nauwelijks kastanjes en is daardoor geschikt als straatboom. De witte paardenkastanje is de meest voorkomende kastanjesoort in Nederland.

De negen rode paardenkastanjes (Aesculus x carnea ‘Briotii) zijn kleiner dan de witte en kunnen tot 20 meter hoog worden. De bloemen zijn donkerrood en steken als 20 centimeter lange pluimen omhoog. De kroon van de boom is zo rond als een bol. Ook deze soort draagt maar heel weinig kastanjes en wordt in Nederland gebruikt voor parken en brede straten.

Twee zoete kersen (prunus avium plena). In de tijd dat boomgaarden met hoogstamkersenbomen nog veel voorkwamen leverde deze soort hout voor meubelen. Deze kersenboomsoort heeft een purperbruine glanzende schors, de witte bloemen bloeien in het voorjaar in trossen aan de takken. Deze soort krijgt geen vruchten en wordt daardoor gebruikt als park- en straatboom.

De zes zwarte linden (Tilia x Europeae vulgaris) zijn een variëteit van de Hollandse Linde. Het is een forse boom met een brede, ronde kroon, dofgroene schors en dofgroen blad. De zwarte linde is van oudsher geliefd als boom langs lanen.

De pluimes (Fraxinus ornus) is twee keer te vinden langs de Boergoensevliet. Deze middelgrote boom heeft in het voorjaar dikke violetgrijze knoppen die uitgroeien tot witte opstaande pluimen die heerlijk ruiken. De schors is grijs, de takken olijfgroen. De pluimes wordt vaak gebruikt als sierboom in tuinen en parken en komt minder vaak voor langs straten.

Een beuk (Fagus sylvatica) telt de Boergoensevliet. Deze boom vraagt veel ruimte en schaduw, heeft een breed en dik bladerendak waardoor maar weinig licht valt en ovaal blad met golvende bladrand. Pas op veertig- tot vijftigjarige leeftijd draagt deze boom veel beukennootjes, maar niet ieder jaar. Ook de beuk wordt vaak in lanen geplaatst.

Er staan in totaal elf Japanse sierkersen (prunus serrulata kanzan). In april en mei dragen deze bomen opvallende trossen donkerroze bloemen. Het blad is bruinrood. De Japanse sierkers kan tien meter hoog worden.

De boom die het vaakst voorkomt op de Boergoensevliet is de krimlinde (Tilia x europaea Euchloria ). Er staan drieëntachtig exemplaren. Het is een forse boom, met vaak de vorm van een bijenkorf, met een grijze en gegroefde schors en glanzend groen blad. De jonge twijgen zijn kaal en geelgroen en aan de zonkant oranjebruin. Een groot deel van de zijtakken en twijgen hangen wat naar beneden. Alleen de takken bovenin staan omhoog.

Vier gele treurwilgen (Salix sepulcralis Chrysocoma) staan er bij het water van de vliet. Het zijn hoge en brede bomen met lange, slappe, naar beneden hangende geelgroene twijgen. Deze treurwilg heeft smalle, puntige bladeren die lichtgroen zijn. De dikke schors heeft een bleke grijsbruine kleur.

De twee witte abelen (Populus alba) hebben een opvallende schors: grijs en vol ruitvormige, zwarte putten. Deze boom heeft in in het voorjaar grijze katjes, de bladeren kleuren in de herfst geel. Het donkergroene blad blijf aan de onderkant bedenkt met een viltachtig wit dons. De witte abeel boom komt oorspronkelijk uit midden- en zuid Europa. Sinds de 17de eeuw wordt deze soort in Nederland gebruikt als sierboom in parken en tuinen.

De hartvormige els (Alnus cordata) is een boom uit de berkenfamilie en komt oorspronkelijk uit Zuid-Italië. Deze middelgrote boom heeft een kegelvormige kroon en glanzende, dondergroene bladeren in de vorm van een hart. Het blad blijft in het najaar lang aan de boom.

Els (Alnus) is een middelgrote boom die bloeit voor de bladvorming. De mannelijke katjes zijn geel en hangen, de vrouwelijke zijn rood en minder opvallend. De blaadjes vallen groen van de boom.

De pluimiep ( ulmus  exoniensis) is een zeer grote boom met een dichte en brede kroon. De dondergroene bladeren zijn gekarteld. In de vorige eeuw is 90 procent van deze bomenpopulatie door de iepziekte verdwenen.

Zeven watercipressen(Metasequoia glyptostroboides) staan er langs de Boergoensevliet. Deze bladverliezende conifeer met roodbruine bast heeft de vorm van een kegel. De bladen zijn naaldvorming en worden in de herfst goudkleurig en daarna bruin. De boom komt uit Azië en wordt sinds 1950 massaal door kwekers verkocht. De watercipres is populair als straat- en parkboom. Tot 1941 dachten wetenschappers dat de boom was uitgestorven.

De vijf sierappelbomen (malus) langs de Vliet zijn bladverliezende grote struiken, met een brede, lage kroon. Ze vallen op door hun uitbundige bloei in mei. De appeltjes kunnen afhankelijk van het ras in grootte sterk variëren. De kleur van een sierappeltje is geel of rood.

De ruwe berk (Betula pendula) heeft een witte stam en lange, dunne en hangende twijgen met ruitvormig blad.

De kerspruim (Prunus cerasifera ‘Nigra’) is een vier tot zeven meter hoge boom met groot donkerrode bladeren. De kleine witte bloempjes bloeien in maart of april. De kerspruim draagt weinig vruchten die wijnrood van kleur zijn. Deze boom komt oorspronkelijk uit de Balkan en West-Azië.

De Italiaanse populier (Populus nigra ‘Italica’) is populair vanwege zijn karakteristieke vorm, maar heeft een beperkte levensduur. Het is een hoge, smalle en zuilvormige populierensoort met een ruwe, donkere schors. De bronsgroene bladeren kleuren in de herfst goudgeel.

De vier Turkse hazelaars (corylus colurna) zijn tot 15 meter hoge bomen met een brede kroon in de vorm van een ei. De boom heeft een kurkachtige stam, ruwe takken en draagt opvallende geelbruine katjes in het voorjaar.

De plataan (Platanus hispanica)  is een imposante boom die dertig meter hoog kan worden. De grijsgroene schors bladdert af waardoor de geelwitte onderschors zichtbaar wordt. De boom is karakteristiek voor lanen en pleinen in Zuid-Europa.

Er staan zevenendertig essen (Fraxinus excelsior) aan de Boergoensvliet. Deze boom met zijn brede, ovale top kan tot vijfentwintig meter 25 meter hoog worden. De es heeft een gladde schors, de getande bladen zijn donkergroen. Karakteristiek zijn de dikke zwarte knoppen die bloeien in april en uitgroeien tot platte vruchten vol zaadjes in grote pluimen.

De twee gouden treurwilgen (salix sepulcralis chrysocoma) zijn hoog en breed en hebben lange, slappe naar beneden hangende geelgroene twijgen. De monumentale boom heeft sierlijk, glimmend groen blad en draagt in het voorjaar een geele bloem.

De Kaukasische vleugelnoot (pterocarya fraxinifolia) vormt meestal meerdere stammen. Deze boom heeft een gegroefde, donkere schors en draagt blad dat wel 40 centimeter lang kan worden. Uit de katjes ontstaan 20 tot 40 centimeter lange vruchtkatjes die de vorm hebben van hangende pluimen.

 De drie Meidoornen (Crataegus pinnatifida major) aan de Boergoensevliet zijn grote struiken met bladeren die dicht opeen zitten en een brede kroon. Het grote leerachtig blad met lange steel kleurt in de herfst purperrood. In mei krijgt  de meidoorn witte bloemen. De grote eetbare vruchten zijn donkerrood en peervormig.

De witte els (Alnus incana) is een middelgrote boom en behoudt tot op hoge leeftijd een gladde, grijze schors. Het blad is eirond met een spitse punt en grof gezaagde randen.

Kronkelwilg (Salix babylonica Tortuosa) is een boom die meerdere stammen vormt met bochtig gedraaide takken en gekruld blad dat pas laat in het najaar valt. De takken zijn tegenwoordig bij bloemisten te koop als Paastakken.

Bronnen: Stadsbomen vademecum 2006, Wikipedia, Rapport ’Verplantbaarheidsonderzoek Boergoensevliet’ van Gemeentewerken Rotterdam.